Vaginale aandoeningen

Bij onderstaande vaginale aandoeningen wordt per aandoening aangegeven of de vaginale pH-waarde een rol speelt, naast de in de tabellen aangegeven symptomen.

Een pH-waarde bepaling speelt dus in de meest voorkomende vaginale aandoeningen een bepalende rol:

DIFFERENTIAALDIAGNOSE VAGINITIS / VERHOOGDE FLUOR VAGINALIS:

 

Candida

Trichomonas

Gardnerella Bacteriële Vaginose

Gonorroe

Chlamydiae

Herpes

Klacht

jeuk, dyspareunie, mictieklachten

veel fluor, soms pijn, cystitis

stinkende fluor

fluor, jeuk, dysurie, strangurie, pollakisurie

fluor, jeuk, dysurie

jeuk, hevige pijn, neuralgie

 

Vagina:

felrood, adhesieve fluor

fluwelig rood, verheven rode stippen

geen roodheid

hyperaemisch

blaasjes, later pijnlijke ulcera

Fluor:

wit, dik, brijig, klonterig adhesief, kaasachtig

geel-groen-wit, dun, veel, weëe zoete geur, luchtbellen

grijs, crème-achtig, rotte vis lucht

geel-groen bruinig, purulent op portio

grijs muco-purulent, vanuit urethra

purulent beslag op wand

Preparaat:

10% KOH: hyphen

natief: beweeglijke protozoa zichtbaar

natief: geen leuko's of bacillen, wel 'clue cells' 

Gram of MB: gonococcen (geen bewijs)

Immunofluoresc. (objectglas in hoes insturen)

Cytologisch  (objectglas in hoes insturen)

Kweek:

Nickerson

geen

speciale voedingsbodem noodzakelijk

Stuart medium (niet in koelkast) en objectglas

steriele watten drager in Chlamydia

transport

medium

virus transport medium

pH: 

4-5

5-7

5-6